Zorgdirecties moeten niet wachten op deregulering


Al jaren wordt er geroepen dat de bureaucratie in de zorg moet worden verminderd. Met als hoger doel meer handen aan het bed en de patiënt meer centraal. Het grote volume aan regelgeving, ongetwijfeld goed bedoeld, heeft gezorgd voor een hoge registratiedruk in de zorguitvoering. De nadruk is komen te liggen op het voldoen aan regels in plaats van het leveren van zorgkwaliteit. Het gevolg is inmiddels bekend: frustratie en ziekteverzuim onder medewerkers, daardoor tekort aan medewerkers en daarmee minder aandacht voor de patiënt. Recentelijk werd bekend gemaakt dat het personeelstekort kleiner wordt door diverse maatregelen zoals verruimde mogelijkheden voor stages en zij-instroom. De uitdaging rondom deregulering blijft echter onverminderd groot.

In de thuiszorgsector heeft men bijvoorbeeld te maken met de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en de ZVW (Zorgverzekeringswet). De WMO alleen al kent bijvoorbeeld 114 eisen. Dat zijn er teveel en het blijkt dan ook ondoenlijk om voortdurend aan al deze eisen te voldoen. Alleen al de volledige registratie per patiëntdossier blijkt onhaalbaar voor de zorgmedewerkers. Laat staan het realiseren van de vereiste zorgprestatie per uitvoeringseis. Regelgerichtheid is centraal komen te staan en het doel van goede zorgverlening is naar de achtergrond verdwenen.

Bij Eva Jinek deed minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid dit jaar verslag van zijn eerste jaar werken op dit onderwerp. Hij noemde de zogenaamde ‘schrapsessies’ de mooiste maatregel in de zorg tot nu toe. Als een regel niet begrijpelijk is voor een zorgteam, moet hij worden geschrapt. “Dan moet je er ook echt mee kappen”, aldus de minister. Maar zo makkelijk zal het niet gaan. Wie fanatiek schrapt blijkt bij de eerstvolgende zorgcontrole zijn regelverantwoording onvoldoende op orde te hebben met een korting op het zorgbudget als gevolg. En dat in een tijd waarin de zorgbudgetten toch al worden ingekrompen vanuit overheid en verzekeraars.

Een inmiddels bewezen aanpak is doel- in plaats van regelgerichte kwaliteitsbeheersing. Deze aanpak wordt al jaren in vele sectoren toegepast vanwege haar innovatiekracht en kun je naar de zorgsector vertalen door het ontstaan van alle regels te herleiden naar de achterliggende bedoeling. En dan ontstaan ineens herkenbare uitgangspunten rondom zorgbehoefte van de patiënt, (kosten)verantwoording van uitgevoerde zorg en tevredenheidsmeting van de patiënt. Kortgezegd pragmatischer en doelgerichter werken met enkele zelf geformuleerde uitgangspunten in de patiëntbehandeling. Overzichtelijker in aantal en daarmee de registratiedruk verlagend. En belangrijker nog: ze laten zien waar het echt om draait. Daarnaast geeft het ruimte voor zelfdenkend vermogen in plaats van klakkeloos, regelgericht werken. Een goed medicijn trouwens om medewerkersmotivatie hoog te houden.

Deze uitgangspunten kan men in de zorgorganisaties zelf ontwikkelen door beantwoording van vragen als ‘Wat is onze roeping in de zorg?’ en ‘Wat willen wij bewijzen voor onze patiënten?’. Vervolgens moeten er nog wel wat zaken worden ontwikkeld om deze strategie waar te maken. Dat kunnen bijvoorbeeld de zorgdeskundigheid van het personeel en betere informatievoorziening op de werkvloer zijn. De rapporten van de zorgcontroles van de afgelopen jaren reiken die ontwikkelpunten aan. Dat vormt de brug van de oude naar de nieuwe manier van werken. De zorgorganisatie richt zich op de eigen noodzakelijke ontwikkeling in plaats van op de standaardlijst met vele zorgeisen. Daar ontstaat ruimte. Belangrijk is dan wel dat de ontwikkelpunten worden opgesteld samen met de verantwoordelijken in de uitvoering, voor hen zoek je een beter alternatief namelijk.

Cruciaal is het vertrouwen dat we willen en durven geven aan de zorgsector om definitief afscheid te nemen van werkfrustratie en personeelstekorten. Zorgdirecties herontdekken de bedoeling van de vele regels en hoe je die als organisatie met verschillende patiëntgroepen kunt vervullen. Het gesprek daarover vervolgens met toezichthouders en financierders claimt ruimte voor eigen ontwikkeling. Op tijd voorsorteren is de boodschap want wachten op deregulering van de zorg doen we al veel te lang. De patiënt wacht.

***

Door Leonie van den Herik (clustermanager) en Robert Schoeman (interimmanager).